Geraardsbergen staat historisch bekend om zijn hoogwaardige, zwarte zijden Chantillykant (18e-19e eeuw). Deze fijne kant, vaak gebruikt voor sjaals en kleding. In de 19e eeuw was Geraardsbergen een internationaal centrum voor deze kantsoort, die vaak via Parijs en Rijsel werd verhandeld.
In 1783 onderwezen de Benedictinessen van Hunnegem verschillende soorten handwerk: breien, naaien, mazen, borduren en kant. Uit de volkstelling van 1812 leren we dat Geraardsbergen een kanthandelaar (Ghislain van Crombrugghe) en 130 kantwerksters rijk is.
Via Caen en Bayeux, waaide die begin 19de eeuw over naar Geraardsbergen, waar ze dankzij de toen heersende mode een groot succes kende. Chantillykant klost men voornamelijk met zwarte zijde. De motieven in halve slag geklost, worden omlijnd door een dikkere sierdraad, omringd door zeshoekige tralies. De tekeningen bestaan meestal uit bloemenruikers, versierd met allerlei sierlijke arcades. De kantwerken dienden onder andere als versiering van corsages en hoofddeksels, kragen, stola’s, sluiers en zelfs gehele kledingstukken. Deze grote oppervlakken (3 tot 4 meter) bestaan uit verschillende kleine stroken die met een bijna onzichtbare steek aan elkaar gelast worden.
In 1880 telde Geraardsbergen nog maar 700 kantwerksters. Onder impuls van Prinses Elisabeth poogde men in 1905 een nieuwe start. Niets kon echter nog baten. In 1912 bleven 8 fabrikanten over. In 1914 kwamen onbetaalde verzendingen naar Amerika terug. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kende de Chantilly kantnijverheid nog een kortstondige opflakkering. De kant die toen geklost werd noemt men “War Laces” of oorlogskant. In 1926 stelde Cattelain nog slechts een honderdtal vrouwen te werk. Nog tot 1932 voerde men Geraardsbergse kant uit.
DATA:
- Opening: Vrijdag 04/09 tussen 19u-22u
- Elke Zaterdag in september: 15u-18u
- Elke Zondag in september: 11u-17u


